Algemeen financieel beeld

In deze paragraaf treft u de samenvatting van het financiële beeld van de Begroting 2027-2030.

Kadernota 2027

In juli 2026 heeft de raad de Kadernota 2027 behandeld. In deze Kadernota is een aantal nieuwe beleidsimpulsen opgenomen, die de raad integraal heeft afgewogen. In de voorliggende Programmabegroting 2027 zijn de nieuwe beleidsimpulsen uit de Kadernota 2027 verwerkt. De Kadernota 2027 sloot met negatieve eindsaldi.

Actuele ontwikkelingen

Na de vaststelling van de Kadernota 2027 hebben zich nog een aantal ontwikkelingen voorgedaan die eveneens zijn verwerkt in de voorliggende begroting. In onderstaande tabel is het verloop opgenomen van de eindsaldi zoals gepresenteerd bij de Kadernota 2027 tot de structurele eindsaldi zoals opgenomen in de (voorliggende) begroting 2027:

Structureel begrotingssaldo

2027

2028

2029

2030

Toelichting

Kadernota 2027

-1,2

-6,1

-5,3

-5,3

Structurele begrotingssaldi ná vaststelling Kadernota 2027 op 14 juli 2026.

Levendige dorpen

-0,6

-0,6

-0,6

-0,4

Budget voor de uitvoering cfm raadsvoorstel 'Uitvoeringsrichting opgave Levendige Dorpen'.

Lobbyist

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

Betreft formatie voor de lobby-ist.

Beheersovereenkomst N217

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

De extra kosten vanwege de overdracht van de N217 en de vrijval van de stelpost areaaluitbreiding.

Kostentoerekening projecten en formatie WME projecten

0,7

0,7

0,7

0,7

De kostentoerekening is toegelicht onder 'aandachtpunten' in dit hoofdstuk. De extra formatie voor de projecten Woning, Mobiliteit en Energie (WME) is opgenomen in de nieuwe paragraaf 3.10 WME.

Legesbaten omgevingsvergunningen

-0,9

Actualisatie legesbaten op basis van de verwachte aanvragen voor omgevingsvergunnignen in 2027.

Doorschuiven investeringen riolering

1,0

1,3

0,2

0,5

Een aantal investeringen in riolering schuiven door van 2026 naar m.n 2027 en 2028.. Dit leidt tot een lager btw voordeel in 2026 en een hoger btw voordeel in m.n. de jaren 2027 en 2028.

SamenWaard

-0,7

-0,7

-0,7

-0,7

Aanvullende bijdrage aan Stichting SamenWaard ter uitvoering van de maatschappelijke opdracht om de beweging naar normaliseren, versterken van de sociale basis en meer hulp in het lokale team, daadwerkelijk vorm te kunnen geven.

Overige mutaties

0,4

0,8

0,5

2,3

Onder andere actualisatie investeringsplan en actuele raming belastingen SVHW. Tevens is jaarschijf 2030 toegevoegd aan het meerjarenperspectief en is hierin o.a. de doorwerking van de algemene uitkering op deze jaarschijf verwerkt.

Structureel begrotingssaldo 2027-2030

-1,6

-5,0

-5,5

-3,4

Tekorten vanaf 2028 als gevolg van Rijksbezuigingen ('ravijnjaren').

Ná verwerking van een aantal actuele ontwikkelingen sluit de begoting 2027 met een structureel begrotingstekort van -/- € 1,6 miljoen. Vanaf 2028 is sprake van structurele begrotingstekorten tussen de -/- € 3,4 miljoen en -/-€ 5,5 miljoen. Dit is met name het gevolg van Rijksbezuinigingen, waardoor alle gemeenten in Nederland minder middelen ontvangen van het Rijk ('Ravijnjaren').

Nieuw coalitieakkoord 2026-2030

In juni 2026 is het nieuwe nieuwe coalitieakkoord 'Werken aan een sterke toekomst!' gepresenteerd. De ambities uit het coalitieakkoord zijn vertaald in de doelenbomen van elk van de beleidsprogramma's. De financiele middelen worden via de tweede begrotingswijziging 2027 (als onderdeel van de besluitvorming over de Begroting 2027-2030) toegevoegd aan de begroting 2027-2030.

Dekkingsvoorstellen

De voorliggende (primitieve) Begroting 2027-2030 is vooralsnog niet sluitend. Via de tweede begrotingswijziging 2027 worden de financiele middelen voor de ambities uit het coalitieakkoord toegevoegd. Om de nieuwe beleidsimpulsen uit de Kadernota 2027, de actuele ontwikkelingen en de ambities uit het nieuwe coalitieakkoord 2027-2030 te dekken, worden dekkingsvoorstellen via de tweede begrotingswijziging 2027 toegevoegd aan de begroting 2027-2030 (als onderdeel van de besluitvorming over de Begroting 2027-2030). Hierdoor lopen de tekorten niet verder op. Deze dekkingsvoorstellen treft u bij het raadsvoorstel over de Begroting 2027-2030.

Septembercirculaire 2026

Ná het opstellen van de begroting 2027 heeft het Rijk op Prinsjesdag de Septembercirculaire 2026 gepubliceerd. De uitkomst van de Septembercirculaire 2026 treft u eveneens aan in het raadsvoorstel bij deze begroting. De effecten hiervan verwerken via de 1e begrotingswijziging 2027 in de begroting. Ook deze wijziging maakt onderdeel uit van de beoordeling door de Provincie of de Begroting 2027 structureel in evenwicht is.

Begroting voldoet aan de begrotingsregels van de toezichthouders

De Begroting 2027-2030 moet op grond van artikel 189 van de Gemeentewet ‘structureel’ in evenwicht zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten worden gedekt met structurele baten. Volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader 2026 (GTK) van de provincies dient jaarschijf 2027 van de begroting 2027 in evenwicht te zijn om voor goedkeuring van de begroting in aanmerking te komen. In het raadsvoorstel bij deze begroting is daarom een tweetal begrotingswijzigingen toegevoegd. De begroting 2027 inclusief de 1e begrotingswijziging 2027 (septembercirculaire 2026) en de 2e begrotingswijziging 2027 (financiele middelen coalitieakkoord en dekkingsvoorstellen) is in evenwicht en voldoet hiermee aan het financiele toezichtskader.

Taakstellingen

In de vorige begroting (2026-2029) is een aantal taakstellingen opgenomen. Via de tussentijdse rapportages (Voorjaarsnota en Najaarsnota) wordt over de voortgang van de taakstellingen gerapporteerd. De taakstellingen zijn in de programmaplannen (hoofdstuk 2) van deze programmabegroting nader toegelicht.

De taakstelling op de Wmo (programma 6. Sociaal Domein) wordt volledig gerealiseerd. De taakstelling op de jeugdhulp is ambitieus, mede gezien de huidige kostenontwikkeling bij de Dienst Gezondheid & Jeugd en de nog te realiseren besparingen binnen de jeugdzorg. Deze besparingen zijn noodzakelijk om de intensivering en versterking van de jeugdteams vanaf 2028 structureel te kunnen bekostigen, conform het door de raad op 26 november 2024 vastgestelde voorstel Jeugdhulp naar Voren. Tegelijkertijd biedt het lopende onderzoek van de Commissie Van Ark II naar de kostenontwikkeling in de jeugdhulp en de daarbij behorende rijksvergoeding mogelijk perspectief op aanvullende structurele middelen vanuit het Rijk. De resultaten van dit onderzoek worden naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 bekendgemaakt en kunnen van invloed zijn op de financiële opgave van gemeenten op het terrein van de jeugdhulp. Voor de overige taakstellingen zijn concrete maatregelen opgenomen om de taakstelling te kunnen realiseren.

Aandachtspunten

Hieronder zijn de ontwikkelingen opgenomen die mogelijk invloed hebben op de voorliggende begroting:

Integraal Huisvestingsplan

In het integraal huisvestingsplan, zoals door de raad in december 2025 is vastgesteld, is opgenomen dat in 2026 een extern onderzoek zou worden uitgevoerd naar de staat van de onderwijspanden. Dit onderzoek bevindt zich momenteel (ten tijde van het opstellen van deze begroting) in de afrondende fase. De onderzoeksresultaten zijn derhalve nog niet bekend. Uit het onderzoek kunnen mogelijk financiële consequenties voortvloeien die nog niet in voorliggende begroting zijn opgenomen.

Kostentoerekening aan projecten

Met ingang van 2027 voeren wij een verbeterslag toe in onze kostentoerekening. Doel hiervan is om kosten beter te alloceren waar deze betrekking op hebben. Het resultaat hiervan is opgenomen in voorliggende begroting en leidt tot een voordelig effect in onze exploittaie. Dit betekent dat wij daadwerkelijke kosten (uren) gaan toerekenen aan faciliterende projecten en ook meer uren toerekenen aan investeringen, op basis van gedifferentieerde uurtarieven. Hierdoor krijgen wij méér en béter inzicht in de daadwerkelijke kostprijs van de (faciliterende) projecten in relatie tot het kostenverhaal voor deze projecten. Dit is nodig vanwege de grootschalige woningbouw en projecten in de komende jaren en de daarvoor benodigde sturing op en beheersing van (extra) capaciteitsbehoefte. Deze aangepaste werkwijze zorgt ervoor dat de bemensing van de projecten via de ‘lijnorganisatie’ verloopt en dat de teammanagers van de lijnorganisatie, naast de grote nieuwe opgaven, ook in staat worden gesteld om hun reguliere dienstverlening te continueren.

Het effect van bovenstaande ontwikkeling is opgenomen in voorliggende begroting en leidt tot een voordelig effect in onze exploittatie. Bovengenoemde ontwiikkeling kent naast een voordelig effect op onze begroting ook een risico. Op het moment dat projecten uitgesteld worden of in het geheel niet doorgaan, betekent dit dat de projectkosten niet meer toegerekend kunnen worden aan de projecten, maar ten laste van de exploitatie komen.

Gemeentehuis

Eind 2024 is het college gestart met het onderzoek naar verschillende scenario’s voor de definitieve huisvesting van gemeente Hoeksche Waard. Eind 2025 is de gemeenteraad meegenomen in de tussentijdse onderzoeksresultaten. Begin 2027 zal de gemeenteraad een raadsvoorstel aangeboden krijgen naar aanleiding van het onderzoek. Dit besluit kan financiële implicaties hebben op korte (onderzoekskosten) en lange termijn (realisatiekosten). De daadwerkelijke financiële implicaties zijn afhankelijk van het besluit dat de gemeenteraad neemt.

Belastingen

De belangrijkste gemeentelijke belastingen zijn de OZB, het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. Op de tarieven OZB en rioolheffing is in deze primitieve begroting een (reguliere) inflatiecorrectie van 2,5% toegepast. Aanvullend wordt het OZB-tarief verhoogd met 0,5% (inflatiecorrectie OZB 2025). De waardestijging van onroerend goed wordt door een verlaging van het OZB-tarief gecorrigeerd.

Bij de rioolheffing en de afvalstoffenheffing gaan wij uit van 100% kostendekking. Het tarief voor rioolheffing is naast de genoemde inflatiecorrectie, verhoogd met 4,5%. Deze verhoging komt voort uit het Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030 (WRP) dat de gemeenteraad op 27 mei 2025 vaststelde.

Het tarief van de afvalstoffenheffing is aangepast aan de kostenstijging uit de met de RAD B.V. gesloten Dienstverleningsovereenkomst. Het tarief van de heffing is ten opzichte van 2025 gestegen met ca. 12%. De tariefstijging wordt veroorzaakt door hogere kosten die het gevolg zijn van autonome ontwikkelingen.

Jaarlijks passen wij de ozb-tarieven aan met het verschil tussen enerzijds het (eerder) in de begroting toegepaste inflatiecijfer en anderzijds het daadwerkelijk gerealiseerde inflatiecijfer van het afgelopen boekjaar. Dit doen wij op basis van de ramingen van het CPB (pBBP). In de vastgestelde programmabegroting 2025 is eerder een index op de ozb toegepast van 2,7% (cfm raming pBBP in Septembercirculaire 2024). Uit de ramingen van het Centraal Planbureau (kerngegevenstabel raming maart 2026) bedroeg dat het het pBBP over 2025 3,2%. Dit is een verschil van 0,5% dan waarmee wij eerder rekening hielden. Dit verschil is verwerkt in de voorliggende begroting.

De prijsindexatie en de aanpassing van de tarieven die in deze (primaire) begroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de gegevens zoals opgenomen in de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds. Hierbij was een prijsindexcijfer van 2,5% van toepassing. In de septembercirculaire 2026 van het gemeentefonds wordt uitgegaan van een hoger inflatiecijfer (3,1% in plaats van 2,5%). In de actuele ramingen van het CPB (september 2026) blijkt dat het pBBP over 2025 is bijgesteld van 3,2% naar 3,3%. Gezien het tijdstip waarop de septembercirculaire bekend is gemaakt, hebben wij de effecten hiervan (op de budgetten en tarieven) niet meer in deze primaire begroting kunnen verwerken. In het raadsvoorstel bij de programmabegroting 2027-2030 wordt voorgesteld om beide percentages te actualiseren. Derhalve is dit nog niet vertaald in deze primaire begroting 2027-2030.

Gemeentefonds

De ramingen voor het gemeentefonds hebben wij gebaseerd op de Meicirculaire 2026. De gevolgen van de Septembercirculaire 2026 verwerken wij in de 1e begrotingswijziging 2027. Deze uitkomsten treft u aan in het raadsvoorstel bij de Begroting 2027-2030.

Reservepositie

De reservepositie is ruim voldoende. De totale verwachte omvang van de reserves per 1 januari 2027 is € 222 miljoen. Onze gemeente beschikt hiermee over een solide reservepositie. De algemene reserve per 1 januari 2027 bedraagt € 72 miljoen. De bestemmingsreserves bedragen € 150 miljoen.

De totale verwachte omvang van de reserve per 31 december 2027 bedraagt € 215 miljoen. De omvang van de algemene reserve bedraagt dan € 69 miljoen waarvan de vrij besteedbare algemene reserve circa € 57 miljoen bedraagt. Naast de vrij besteedbare algemene reserve beschikt gemeente Hoeksche Waard ook over een reserve weerstandscapaciteit van circa € 12,3 miljoen om risico’s op te kunnen vangen (zie risicoprofiel paragraaf 3.2 Weerstandvermogen en risicobeheersing). Met een weerstandsratio van 5,6 voldoen wij ruimschoots aan de norm uit de nota Risicomanagement. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.